Hoe je het echte verschil maakt

Over 3 maanden verschijnt mijn nieuwste boek ‘Fit Fab 40’ .Achter de schermen wordt hard gewerkt om alles op tijd af te krijgen voor de drukker en de lancering komt nu wel echt in zicht. Het manuscript is zelfs al gelezen door een journaliste die voor de januari uitgave van de ‘Libelle Health’ een artikel schrijft over het boek. En in zo’n interview worden vaak leuke vragen gesteld die je zelf ook weer aan het denken zetten.

Consistentie is key

In mijn boek een 10 stappen plan dat je op weg helpt naar de fitste versie van jezelf. Een belangrijke deel is het hoofdstuk over mindset en motivatie. Een onderwerp wat ik daarin behandel is consistentie. Ik schreef daar in 2019 al een blog over en vertel het ook keer op keer weer aan mijn cliënten: consistentie is key!!!

Leuker kunnen we het niet maken

Wanneer iemand start met een nieuw voedingspatroon of trainingsschema voelt het voor die persoon soms bijna als een verliefdheid. Men is super gemotiveerd; heeft er zin in; alles is nieuw, spannend en leuk. Maar hoe enthousiast of gemotiveerd je ook in het begin bent, uiteindelijk gaat het over wat je op langere termijn doet. Dat klinkt niet spannend en is het ook niet. Maar hoe consistent je bent is wel doorslaggevend voor het bereiken van je doelen.

Maar wat is consistentie?

Tijdens het interview voor de Libelle vorige week sprak ik lang met Journaliste Angelique Heijligers over dit onderwerp. Hoe blijf je gemotiveerd; wat is de goede mindset en waarom is consistentie zo belangrijk? Consistent zijn in je gewoontes is iets anders dan rigide en star. Het betekent niet dat je nooit eens kunt afwijken van je plan of nooit eens uit de bocht mag vliegen; dat is alleen maar menselijk. Een keer niet volgens plan eten of trainen verpest niet meteen al je voorgaande inspanningen. Belangrijk is hoe je het daarna weer oppakt.

Het grote geheel

Ben je een keer afgeweken van je plan? Pak het gewoon weer op en voorkom dat je gaat denken dat het allemaal geen zin meer heeft en alles ‘voor niks’ is geweest. Alles gaat om wat je het grootste gedeelte van de tijd doet. En daar zit m vaak het probleem. Er is een groot verschil tussen ‘incidenteel van je plan afwijken’ en ‘incidenteel je plan volgen’.

Voeding tracken

Het bijhouden van je voedingsinname is een belangrijk handvat bij succesvol lichaamsvet verliezen. Wanneer we op gevoel eten, eten we bijna altijd meer dan we denken. We onderschatten structureel hoeveel we eten en het tracken van je voeding geeft dan ook veel inzicht. Een van mijn cliënten was goed bezig en totdat ze plotseling geen progressie meer maakte. Volgens eigen zeggen volgde ze nog steeds het voedingsplan dat ik voor haar had samengesteld. “Houd je nog steeds alles bij wat je eet, zoals we hadden afgesproken”, vroeg ik. “Ja, bijna altijd vul ik in wat ik eet”, antwoordde zij. Toen ik daarop vroeg wat haar calorie-inname en proteine-inname de afgelopen dagen was geweest moest ze me het antwoord schuldig blijven. Het was al meer dan twee weken geleden dat ze dat had bijgehouden.

Structuur

Doordat ze geen antwoord kon geven op de vraag viel bij haar zelf het kwartje al. Ik hoefde niks meer uit te leggen. We hoefden geen nieuw programma samen te stellen, er was niet plotseling iets vreemds aan de hand waardoor ze niet meer de progressie boekte als in het begin. Het enige waar het aan ontbrak was consistentie. Het volhouden van een gewoonte, het hebben van een structuur, helpt je jouw doelen te behalen. Dat is precies waar consistentie over gaat.

Woensdag 13 oktober Presentatie‘Een Fit Fab Leven’

Alvast een voorproefje op mijn nieuw te verschijnen boek? Meer weten over hoe je in 10 stappen de fitste versie van jezelf kunt worden? Woensdag 13 oktober 18.30-20.00 geef ik bij Optimal Health Studio de presentatie ‘Een Fit Fab Leven’. Deelname: 25 euro per persoon. Inschrijven kan via info@optimalhealth.nl


Geloof (niet) alles wat je denkt.

‘Geloof niet alles wat je denkt’ is een inspirerend boek, geschreven door Björn Natthiko Lindeblad. Volgens deze Zweedse boeddhistische monnik is het meest waardevolst van zeventien jaar fulltime spirituele training dat hij niet meer alles gelooft wat hij denkt. Hij noemt dat zijn superkracht; een kracht die wij allemaal in ons hebben. Ik geloof inderdaad dat als je die kracht ontdekt het je een bepaalde vrijheid geeft. Maar daarnaast is het ,afhankelijk van de context, belangrijk om ‘geloof niet alles wat je denkt’ regelmatig om te draaien naar ‘geloof alles wat je denkt’. Of je namelijk denkt dat je iets kunt of niet; in beide gevallen heb je gelijk. Je mindset, je instelling bepaalt voor een groot deel of je ergens in slaagt of niet.

Onze centrale gouverneur

We besteden de meeste tijd aan het trainen van ons lichaam en vergeten daarbij het brein terwijl dat zo belangrijk is. Wanneer je je hersenen traint gaat je lichaam namelijk veel verder dan je voor mogelijk had gehouden. Het is mij al vaak gebeurd dat ik mezelf na afloop van een krachttraining verraste. Zonder dat ik het wist tilde ik met een zwaarder gewicht dan de training ervoor en deed ik meer herhalingen. Puur doordat ik dacht dat het een lichter gewicht was tilde ik deze makkelijker. De kracht van onze gedachte heeft zoveel impact. Er zijn altijd theorieën geweest met betrekking tot de maximale capaciteit van zowel ons zuurstofverbruik (Vo2Max) als onze skeletspieren. Maar waarschijnlijk speelt ons brein als centrale gouverneur de belangrijkste rol in waar onze grenzen liggen. Tim Noakes is degene die dit mechanisme 10 jaar geleden voor het eerst onder de aandacht bracht. Volgens Noakes dicteren de hersenen het lichaam qua intensiteit en duur van een inspanning om zijn eigen overleving, jouw overleving dus, te garanderen. De hersenen hebben een constante stroom van voedingsstoffen en zuurstof nodig, en een betrouwbaar transportmechanisme (je lichaam). Alles wat dat in gevaar kan brengen wordt streng gereguleerd, anders zou je jezelf letterlijk dood kunnen rennen. De centrale gouverneur handelt op verschillende niveaus van het onderbewustzijn en neemt beslissingen tijdens een atletische inspanning ,zoals het rennen van een race, die gebaseerd zijn op een groot aantal gegevens zoals je huidige inspanning, conditie van het lichaam, omstandigheden en eerdere ervaringen (zowel mentaal als fysiek). Jouw hersenen maken een inschatting over wat veilig is voor jou om te doen onder de betreffende omstandigheden en zijn dus per persoon en situatie verschillend.

Als het op is, is er altijd nog wat over

Al jarenlang wordt ons verteld dat het pijngevoel dat vaak toeslaat na 2 à 3 uur inspanning, samenvalt met uitputting van de glycogeenvoorraad; de zogenaamde ‘muur’ waar marathonlopers tegenaan zouden lopen, ook wel bekend als ‘ de man met de hamer’. Als je echter de glycogeenreserves zou meten blijkt dat dit niet het geval is en dat er zelfs nog genoeg over is om het laatste deel van de wedstrijd te besluiten met een sprintje. Het zijn echter de hersenen die weigeren en ons hun wet opleggen door ons allerlei hoogst pijnlijke sensaties te laten voelen. Het zijn de hersenen die de prestatie bepalen; de spieren zouden nog langer kunnen werken en daarvoor voldoende brandstof kunnen vinden in onze reserves. Maar dat zal niet gebeuren als ons onderbewustzijn dat niet van tevoren als mogelijk heeft beschouwd. Onze fysiologische grenzen worden dus grotendeels gecontroleerd door het onderbewustzijn. Het brein speelt daarin een allesbepalende rol en is hoogstwaarschijnlijk ook waarin topsporters zich onderscheiden van de rest van ons. Fysiologie en aanleg zijn een eerste vereiste; mindset en de mentale drang om te winnen bepalen de rest. Prestaties worden bepaald door 3 componenten: het fysieke, emotionele en mentale. Interessant dus om te kijken hoe je je brein kunt trainen in het beïnvloeden van je centrale gouverneur.

Ik denk dat ik het niet kan’ versus ‘ik denk dat ik het kan

Wie regelmatig sport heeft zeker al ervaren dat hij de ene week veel beter in vorm is dan de andere. Maar wanneer je over hetzelfde hart, hetzelfde bloed en dezelfde spieren beschikt, zou je logischerwijze dezelfde prestaties moeten kunnen leveren. En toch is dat niet het geval. Dergelijke vormschommelingen worden gedeeltelijk bepaald door je hersenen en je gedachten.Op sommige dagen geeft het brein het lichaam de vrijheid om over grenzen heen te gaan. Terwijl ze je op andere momenten verplicht om rustig aan te doen. Door regelmatig te trainen en gereguleerd over grenzen heen te gaan werk je niet alleen aan de versterking van het cardiovasculair systeem of van de spieren, maar ook en vooral aan de opvoeding van je hersenen. Meditatie, ademoefeningen en het aangaan van natuurlijke uitdagingen zoals koude-en hittetraining en intermitterend vasten zijn goede manieren om brein en mindset te trainen en daarmee je prestaties te verbeteren.


Waarom honger vaak ‘tussen je oren’ zit

Bij het begeleiden van cliënten die gewicht willen verliezen merk ik vaak dat er angst is om ‘honger’ te krijgen. Als kind leerde ik, zoals velen waarschijnlijk, dat wij, bevoorrechte Nederlanders geen honger kennen; alleen maar trek. Maar om het simpel te houden heb ik het in dit blog over hongergevoelens.

Diëten is vooral een mentale kwestie

We leven in een omgeving van overvloed en dragen bijna allemaal genoeg energievoorraad voor minimaal een maand, in de vorm van vet, met ons mee. Toch is er bij velen een instinctieve angst om ‘honger’ te hebben. De mens is nu eenmaal ingesteld op overleven en dat zit diep in onze genen. Maar wat als ik je nu vertel dat honger vaak alleen maar tussen je oren zit en dat diëten vooral een mentale kwestie is? We denken vaak dat als we minder eten dan we verbruiken (een eerste voorwaarde om lichaamsvet te kunnen verliezen) we ons minder energiek gaan voelen; dat het effect heeft op ons humeur en prestaties. Maar eventuele vermoeidheid, humeurigheid; het zit allemaal in je hoofd. Uitzonderingen daargelaten, wanneer er sprake is van een extreem laag vetpercentage, zit het allemaal letterlijk ‘tussen je oren’. 

Wetenschappelijke studies

Dit is niet iets wat ik verzin, maar waar uitgebreid onderzoek naar gedaan is. In één van die onderzoeken (https://academic.oup.com/ajcn/article/88/3/667/4754441) gaven wetenschappers een groep gezonde deelnemers voeding die bewerkt was met een speciale gel. De voeding werd sterk gemanipuleerd zonder dat je dat kon zien, ruiken of voelen. De ene groep deelnemers at twee achtereenvolgende dagen 2294 kcal; de andere groep maar 313kcal.  Tijdens die dagen doorliepen ze verschillende psychologische en lichamelijke testen.  Zoals verwacht werden de deelnemers die weinig kcal aten hongeriger, maar stemming, slaapkwaliteit en mentale prestaties  waren onaangetast. Na het onderzoek werd verteld hoe het onderzoek was opgezet en werd aan de deelnemers gevraagd of ze dachten dat ze in de groep met normale hoeveelheid of de groep met weining kcal hadden gezeten. De deelnemers konden die vraag niet correct beantwoorden.

Ook bij andere onderzoeken (https://pubmed.ncbi.nlm.nih.gov/9399371/) naar de invloed van meerdere dagen van totaal vasten was de conclusie dat dit geen negatieve invloed heeft op je humeur, brein activiteit, lichamelijke en/of mentale prestaties. Integendeel : sommige aspecten van mentaal functioneren verbeteren juist na meerdere uren vasten. (meer hierover kun je ook lezen in mijn boek Intermittent Fasting https://www.bol.com/nl/f/intermittent-fasting/9200000115140335/

Het stemmetje in ons hoofd

Het is vaak het ‘stemmetje’ in ons hoofd wat ons doet geloven dat minder eten van invloed is op hoe we ons voelen. Als je je zelf niet de hele tijd vertelt dat je ‘op dieet’ bent maar het gaat zien als iets positiefs voelt het al heel anders. Minder eten dan dat je verbruikt is de eerste voorwaarde om vet te verliezen; maar het is vaak je hoofd die je wijs maakt dat je dat zou merken aan je energielevel, humeur, etc. Als je negatieve effecten denkt te merken is het in bijna alle gevallen je ‘mind’ die een spelletje met je speelt. Je lichaam heeft geen echte honger; dit speelt zich voornamelijk af in je hoofd.

Volgende week vertel ik meer over waar de ‘echte’ lichamelijke hongergevoelens vandaan komen en hoe je dat kunt voorkomen


Waarom het belangrijk is ‘nee’ te kunnen zeggen

Iedereen moet wel eens iets doen waar hij geen zin in heeft. Dat hoort nou eenmaal bij het leven. Maar wat als je het gevoel hebt ‘geleefd’ te worden; dat je continue voor anderen bezig bent en er geen tijd meer over is voor jezelf? Dit zie ik om me heen maar al te vaak gebeuren. De oorzaak? We vinden het moeilijk om ‘nee’ te zeggen.

Hopeloze missie

Van nature willen we graag aardig gevonden worden. Dit zit diep in onze genen. Logisch; als je anderen helpt zullen zij jou ook helpen en stijgt je overlevingskans. Maar ik kan je vast vertellen dat dat een hopeloze missie is. Het gaat nooit, maar dan ook nooit, gebeuren dat iederéén jou leuk, aardig en sympathiek vindt. Streef je daar wel naar en pas je je leven daar op aan, dan betaal je een hoge prijs. Je levert je eigen welzijn in voor de goedkeuring van anderen.

Ook ik heb moeten leren om vaker ‘nee’ te zeggen. Toen ik mijn bedrijf opstartte was ik blij met elke vorm van publiciteit of activiteit. Het bedrijf groeide en groeide en mijn agenda werd voller en voller. Iets waar ik ontzettend dankbaar voor ben. Een bijkomstigheid is dat er steeds meer leuke aanbiedingen, opdrachten en verzoeken voorbij komen. Mensen die iets van je willen; informatie, een stageplek, interviews, etc, etc. Onbekenden of kennissen van bekenden die langs willen komen in de studio en van ‘gedachten willen wisselen’, mijn mening willen weten over een bedrijf wat zij op gaan starten, een studie die ze willen volgen of een boek wat zij willen schrijven. Veel leuke en interessante projecten en het liefst wil ik iedereen te woord staan en een stukje van mijn tijd geven.

Kostbare tijd

Maar daar zit precies de valkuil. Wanneer ik overal op in zou gaan en daar tijd voor zou inplannen blijft er geen tijd meer over voor de dingen die het belangrijkste zijn in mijn leven. Mijn werk in de studio; het geven van trainingen en lessen; het schrijven van boeken, recepten en artikels; ik doe dit met liefde en passie. Daarnaast train ik zelf, besteed ik tijd aan mijn yoga practice en breng ik graag tijd door met mijn gezin en dierbare vrienden. Als ik echter op alle andere verzoeken in zou gaan en overal ‘ja’ op zou zeggen gaat dit van de kostbare tijd af die ik kan besteden aan mijn werk, mijn gezin en…..mezelf.

We weten allemaal dat we bij het uitvallen van de zuurstof in een vliegtuig als eerste onszelf moeten helpen, omdat we dan pas de anderen kunnen helpen. Waarom vergeten we dat dan zo vaak in het dagelijks leven? Waarom voelen zoveel vrouwen (en ook mannen) zich bezwaard als ze eigenlijk ‘nee’ willen zeggen?

Zeg vaker ‘nee’

Als jou dit ook regelmatig gebeurt, bedenk dan dat ‘nee’ ook een antwoord is. Iemand stelt je een vraag zodat je daar een antwoord op kan geven. Jij bepaalt wat dat antwoord is. En een antwoord op een vraag is geen afwijzing richting de persoon die hem stelt. Je hoeft je dus niet schuldig te voelen om het antwoord te geven wat je wil geven. Nee zeggen tegen een ander is namelijk ja zeggen tegen jezelf. En je hebt het recht om nee te zeggen. Als je dit vaker doet wordt je minder geleefd en kom je minder onder druk te staan. Je kunt je focussen op de dingen die jij belangrijk vindt. Als je vaker ‘nee’ zegt heb je meer tijd om te trainen, te ontspannen en tijd te besteden aan de dingen die belangrijk zijn voor jou. Uiteindelijk zullen mensen ook meer respect krijgen voor je waardevolle tijd.

Hoe zeg je ‘nee’

Vind je het moeilijk? Je hoeft niet altijd direct een antwoord te geven. Je kunt altijd ‘bedenktijd’ vragen bij de ander zodat je je antwoord in alle rust kunt formuleren.  Zeg vervolgens duidelijk en rustig ‘nee’. Draai er niet omheen en verzin geen smoesjes. Vertel kort en krachtig waarom je niet op het verzoek in kan gaan. Liever een duidelijk ‘nee’ dan vage beloften die je toch niet na gaat komen. Zorg ook dat je in je antwoord geen ruimte over houdt voor de ander om iets toch als een ‘ja’ te interpreteren of het er alsnog bij je door te drukken. 

Oefening baart kunst

Ik weet dat ‘nee’ zeggen soms makkelijker gezegd is dan gedaan. Zeker wanneer je een pleaser bent en liever conflicten vermijd. Maar oefening baart kunst. En onthoudt:

‘Nee’ zeggen tegen een ander is ‘ja’ tegen jezelf.

Leren om ‘nee’ te zeggen is een levensvaardigheid. Voor sommige mensen komt het heel natuurlijk. Voor anderen kost het meer moeite en oefening. In het begin voelt het misschien niet goed, maar het is een noodzakelijke vaardigheid voor je algehele emotionele gezondheid


Waarom we vaker moeten huppelen.

Afgelopen week liet ik iemand tijdens haar personal training springen. Nog nahijgend van de geleverde inspanning maar met een grote grijns riep ze na de training uit: “Ik kan je wel knuffelen, zo blij werd ik van deze training!” Helaas moeten we knuffelen nog achterwege laten, maar haar blijdschap werkte heel aanstekelijk. Zo kwam ik met haar in gesprek over dingen waar je blij en gelukkig van kan worden zoals in haar geval het springen (veel van mijn personal trainingscliënten worden daar helemaal niet blij van hoor, maar dat terzijde) 

Waarom we blij worden van huppelen

Huppelen is ook zoiets. Je komt los van de grond, beweegt ritmisch tegen de zwaartekracht in. Huppelen maakt kinderen aan het lachen, wanneer ze het echt kunnen. Wanneer een kind in staat is om te huppelen, dan laat het zien zich thuis te voelen in het lichaam en daar vrij en makkelijk over te kunnen beschikken. Je kunt ook duidelijk zien hoe vrolijk huppelende kinderen zijn. Vandaar dat we er als volwassenen waarschijnlijk ook nog steeds zo blij van worden.

Je emoties beïnvloeden met lichamelijke acties.

Uitingen van ons lichaam zoals lachen en het huppelen zien we als een uiting van blijdschap. Maar je kunt het ook omdraaien. De manier waarop je communiceert met je lichaam beïnvloedt namelijk op zijn beurt je emoties. Als je voorovergebogen gaat lopen en verdrietig kijkt ga je je ook zo voelen. Je non-verbale communicatie brengt automatisch bijwerkingen met zich mee. Je kunt dus je emoties beïnvloeden met behulp van lichamelijke acties.

Het potlood experiment

In de jaren 80 was er een Duitse psycholoog, Fritz Strack, die daar onderzoek naar heeft gedaan. In een experiment liet hij 2 groepen mensen stripboeken lezen. De ene groep moest een potlood tussen hun tanden houden tijdens het lezen. De andere groep mocht dit zonder doen. Het houden van een potlood tussen de tanden stimuleert de grote jukspier; een spier die een belangrijke rol speelt bij glimlachen. De groep mét potlood stond meer open voor de grappige inhoud dan de groep zonder potlood. Men concludeerde daaruit dus voor het eerst dat het namaken van een lach ook  je stemming verbetert. Deze ontdekking is van veel invloed geweest binnen de psychologie.  Emoties leiden tot bepaalde gezichtsuitdrukkingen maar andersom werkt het dus ook. Fysieke gelaatsuitdrukkingen kunnen leiden tot bepaalde emoties.

Jezelf trainen in blijdschap

Positieve emoties hebben een positief effect op onze gezondheid. Blijheid, ontspanning; dankbaarheid; allemaal gemoedstoestanden die onze gezondheid ten goede komen en waar je jezelf in kunt trainen. Door meditatie, ontspanningsoefeningen en bewust momenten te nemen om te bedenken waar je dankbaar voor bent. Maar dus ook door fysiek gedrag zoals (glim)lachen en huppelen!