Geloof (niet) alles wat je denkt.

‘Geloof niet alles wat je denkt’ is een inspirerend boek, geschreven door Björn Natthiko Lindeblad. Volgens deze Zweedse boeddhistische monnik is het meest waardevolst van zeventien jaar fulltime spirituele training dat hij niet meer alles gelooft wat hij denkt. Hij noemt dat zijn superkracht; een kracht die wij allemaal in ons hebben. Ik geloof inderdaad dat als je die kracht ontdekt het je een bepaalde vrijheid geeft. Maar daarnaast is het ,afhankelijk van de context, belangrijk om ‘geloof niet alles wat je denkt’ regelmatig om te draaien naar ‘geloof alles wat je denkt’. Of je namelijk denkt dat je iets kunt of niet; in beide gevallen heb je gelijk. Je mindset, je instelling bepaalt voor een groot deel of je ergens in slaagt of niet.

Onze centrale gouverneur

We besteden de meeste tijd aan het trainen van ons lichaam en vergeten daarbij het brein terwijl dat zo belangrijk is. Wanneer je je hersenen traint gaat je lichaam namelijk veel verder dan je voor mogelijk had gehouden. Het is mij al vaak gebeurd dat ik mezelf na afloop van een krachttraining verraste. Zonder dat ik het wist tilde ik met een zwaarder gewicht dan de training ervoor en deed ik meer herhalingen. Puur doordat ik dacht dat het een lichter gewicht was tilde ik deze makkelijker. De kracht van onze gedachte heeft zoveel impact. Er zijn altijd theorieën geweest met betrekking tot de maximale capaciteit van zowel ons zuurstofverbruik (Vo2Max) als onze skeletspieren. Maar waarschijnlijk speelt ons brein als centrale gouverneur de belangrijkste rol in waar onze grenzen liggen. Tim Noakes is degene die dit mechanisme 10 jaar geleden voor het eerst onder de aandacht bracht. Volgens Noakes dicteren de hersenen het lichaam qua intensiteit en duur van een inspanning om zijn eigen overleving, jouw overleving dus, te garanderen. De hersenen hebben een constante stroom van voedingsstoffen en zuurstof nodig, en een betrouwbaar transportmechanisme (je lichaam). Alles wat dat in gevaar kan brengen wordt streng gereguleerd, anders zou je jezelf letterlijk dood kunnen rennen. De centrale gouverneur handelt op verschillende niveaus van het onderbewustzijn en neemt beslissingen tijdens een atletische inspanning ,zoals het rennen van een race, die gebaseerd zijn op een groot aantal gegevens zoals je huidige inspanning, conditie van het lichaam, omstandigheden en eerdere ervaringen (zowel mentaal als fysiek). Jouw hersenen maken een inschatting over wat veilig is voor jou om te doen onder de betreffende omstandigheden en zijn dus per persoon en situatie verschillend.

Als het op is, is er altijd nog wat over

Al jarenlang wordt ons verteld dat het pijngevoel dat vaak toeslaat na 2 à 3 uur inspanning, samenvalt met uitputting van de glycogeenvoorraad; de zogenaamde ‘muur’ waar marathonlopers tegenaan zouden lopen, ook wel bekend als ‘ de man met de hamer’. Als je echter de glycogeenreserves zou meten blijkt dat dit niet het geval is en dat er zelfs nog genoeg over is om het laatste deel van de wedstrijd te besluiten met een sprintje. Het zijn echter de hersenen die weigeren en ons hun wet opleggen door ons allerlei hoogst pijnlijke sensaties te laten voelen. Het zijn de hersenen die de prestatie bepalen; de spieren zouden nog langer kunnen werken en daarvoor voldoende brandstof kunnen vinden in onze reserves. Maar dat zal niet gebeuren als ons onderbewustzijn dat niet van tevoren als mogelijk heeft beschouwd. Onze fysiologische grenzen worden dus grotendeels gecontroleerd door het onderbewustzijn. Het brein speelt daarin een allesbepalende rol en is hoogstwaarschijnlijk ook waarin topsporters zich onderscheiden van de rest van ons. Fysiologie en aanleg zijn een eerste vereiste; mindset en de mentale drang om te winnen bepalen de rest. Prestaties worden bepaald door 3 componenten: het fysieke, emotionele en mentale. Interessant dus om te kijken hoe je je brein kunt trainen in het beïnvloeden van je centrale gouverneur.

Ik denk dat ik het niet kan’ versus ‘ik denk dat ik het kan

Wie regelmatig sport heeft zeker al ervaren dat hij de ene week veel beter in vorm is dan de andere. Maar wanneer je over hetzelfde hart, hetzelfde bloed en dezelfde spieren beschikt, zou je logischerwijze dezelfde prestaties moeten kunnen leveren. En toch is dat niet het geval. Dergelijke vormschommelingen worden gedeeltelijk bepaald door je hersenen en je gedachten.Op sommige dagen geeft het brein het lichaam de vrijheid om over grenzen heen te gaan. Terwijl ze je op andere momenten verplicht om rustig aan te doen. Door regelmatig te trainen en gereguleerd over grenzen heen te gaan werk je niet alleen aan de versterking van het cardiovasculair systeem of van de spieren, maar ook en vooral aan de opvoeding van je hersenen. Meditatie, ademoefeningen en het aangaan van natuurlijke uitdagingen zoals koude-en hittetraining en intermitterend vasten zijn goede manieren om brein en mindset te trainen en daarmee je prestaties te verbeteren.