Help!! Ik ben dikker geworden…….

Al zo vaak maakte ik mee dat iemand mij vertelde dat hij of zij na een etentje of een gezellig weekend ‘zomaar’ een kilo was aangekomen. En die persoon gaat er dan vanuit dat het echt om een extra kilo lichaamsvet gaat. Maar: je kunt niet in één dag of in één nacht (en ook niet in twee) een kilo lichaamsvet erbij krijgen. Evenmin als dat je in één dag 1 kg lichaamsvet kwijt kan raken.

Laat je niet (mis) leiden door dat ene getalletje

Daarom is de weegschaal zo verraderlijk. Wanneer je een voedings- en trainingsprogramma volgt wil je, als het goed is, je lichaamssamenstelling veranderen. In de meeste gevallen wil je lichaamsvet verminderen en spiermassa behouden of vermeerderen. Wanneer je af wilt vallen wil je niet zomaar gewicht kwijt; je wilt je lichaamsvet verminderen.  Maar ook al leg ik mijn cliënten keer op keer uit dat alleen dat ene getal op de weegschaal niks zegt; toch laten velen zich nog leiden door dat ene getal.

Wat de weegschaal niet vertelt

Als je je progressie wilt meten is het gewicht op de weegschaal niet het enige wat je wil bijhouden. Zo zeggen je omtrekken, foto’s en je kleding eigenlijk veel meer dan dat ene getalletje. Dat getal op de weegschaal zegt namelijk niet of je vetter bent geworden of lichaamsvet bent kwijt geraakt. Het getal zegt ook niet of je goed bezig bent met je training of dat je spieren sterker worden. Ook vertelt de weegschaal niet of je al naar het toilet bent geweest; veel of weinig water of alcohol hebt gedronken of zout en/of koolhydraatrijk gegeten hebt en daardoor watergewicht vasthoudt. Bedenk dit: elke gram koolhydraten die je consumeert, zorgt ervoor dat je lichaam ongeveer 3 gram water vasthoudt! Dus een belachelijk groot bord pasta (hey, doen we dat niet allemaal wel eens?) garandeert een toename van het tijdelijke watergewicht dat absoluut op je weegschaal zal verschijnen.

Waarom dat getal op de weegschaal zo weinig zegt

Het stomme is dat dat ene getal zo vaak, ten onrechte, het humeur van mensen kan beïnvloeden. En dat terwijl dat getal per dag verschilt onder invloed van zoveel factoren zoals je voeding, training, vocht, hormonen, darminhoud en nog veel meer. Je gewicht kan wel tussen ½ en 2 ½ kilo schommelen per dag……… Als je dagelijks op de weegschaal gaat staan kun je het volgende tegenkomen:

Maandag: 60,3 , Dinsdag: 61,0, Woensdag: 59,9, Donderdag: 60,5, Vrijdag: 60,1, Zaterdag: 60,7, Zondag: 61,1

Stel je wilt graag afvallen en je startgewicht was 60,1. Wanneer je je dan zaterdag weegt en ziet dat je ‘opeens’ 60,7 weegt kan de moed je weleens in de schoenen zakken als je je alleen laat leiden door dat ene getal. Als je je weegt doe dit dan meerdere keren in een week en neem het gemiddelde van die week. In het voorbeeld hierboven zou dat dus 60,5 zijn. Over een langere periode kun je dan zien wat er met het gewicht gebeurt. Maar pas op: alleen dat gewicht, ook al meet je dat over een langere periode, zegt nog steeds niks. Samen met andere gegevens, zoals omtrekken en foto’s, geeft het al een iets completer beeld. Let op hoe je kleding past. Merk je op hoe je jeans losser begint te zitten? Kun je er net wat makkelijker in glijden of kun je je broekriem opeens een gaatje verder vastmaken? Dat is een teken dat je lichaamsvet verliest en fitter wordt. Goed werk! Kijk in de spiegel. Zie je meer contouren bij je spieren? Dat is het opbouwen van droge spiermassa en het verliezen van lichaamsvet.

En vooral: let op hoe je je VOELT. Merk je meer energie wanneer je op staat of aan het einde van een lange dag? Ben je meer gemotiveerd om te trainen, slaap je beter of heb je over het algemeen meer zin in activiteit? Of misschien heb je wat meer vertrouwen in jezelf en het proces waar je in zit. Geef jezelf een schouderklopje. Het zijn die schijnbaar kleine dingen die tot succes op lange termijn leiden.

Denk eraan om het nummer op de schaal alleen als onderdeel van je andere metingen te gebruiken en het los te koppelen van je eventuele vooruitgang. Het is NIET oké om je succes of zelfvertrouwen te koppelen aan een cijfer op de schaal. 

Hoe ik langzaam weer zwaarder wordt

Vorig jaar augustus startte ik met een voedings-en trainingsprogramma en ben ik gestart met het bijhouden van mijn progressie. Ook liet ik een DEXA-scan (bij het EnergyLab in Rotterdam) maken; de enige, betrouwbare manier om je lichaamssamenstelling te meten (nee; ook de meest geavanceerde, professionele weegschalen kunnen dat niet)

Afgelopen augustus liet ik opnieuw een scan maken en de resultaten na dat eerste jaar waren als volgt: Gewicht: -4,9 kg; Vetmassa: -7,3 kg; Spiermassa: +3,4 kg (Aan deze uitslag zie je al duidelijk dat alleen lichaamsgewicht niks zegt over de ware verandering in lichaamssamenstelling)

Afgelopen vrijdag , 3 maanden na de vorige DEXA-scan, heb ik me opnieuw laten meten en was het resultaat: Gewicht: +0,5 kg; Vetmassa; -0,4 kg; Spiermassa: +0,8 kg

Uiteraard kleinere verschillen dan na dat eerste jaar, maar hier zie je nog veel duidelijker dat dat ene getalletje zo weinig zegt. Als ik me alleen had laten (mis) leiden door dat eerste getal had ik daar hele verkeerde conclusies uit kunnen trekken. Ik ben namelijk zwaarder geworden terwijl ik een uitgebalanceerd voedingspatroon volg en 6 dagen in de week train.Maar deze DEXA-scan is een bevestiging van wat ik al voelde; ik ben op de goede weg.Mijn vetmassa wordt minder terwijl ik spiermassa aan het opbouwen ben.En nee; dat gaat niet met kilo’s tegelijk. Progressie en vooruitgang kost tijd en geduld.

Er is geen ‘shortcut’ naar een fitter en sterker lijf. We leven in een maatschappij waarin we vaak  (te) snelle resultaten willen. Stop met het willen van instant resultaat en geniet van je reis. Stop ook met het focussen op dat ene getal op de weegschaal; dat is namelijk een hele slechte raadgever.


Hoe je terugval in oude gewoontes voorkomt

Wanneer je start met een nieuwe leefstijl en vol goede moed begint aan een nieuw voedings-en trainingsprogramma wil je uiteraard graag en zo snel mogelijk veel resultaat zien. Vaak zie je in het begin het gewicht op de weegschaal omlaag gaan; je verliest vet en daarmee centimeters. Je merkt het aan je kleding of ziet het in de spiegel. En dat motiveert. Want dat is waar we het om doen; de resultaten.

Het allesbepalende moment

Maar er zullen ook weken zijn waarop het gewicht op de weegschaal niet omlaag gaat; dat je omtrekken hetzelfde blijven en het lijkt alsof er niks gebeurt. En dit moment is allesbepalend voor het wel of niet behalen van successen. Ben jij dan de persoon die daardoor gedemotiveerd raakt en op wil geven? Die denkt: “zie je, er gebeurt niks, het ‘werkt niet’, het lukt me niet, ik val toch niet af; er is geen vooruitgang”, vervolgens opgeeft en weer terugvalt in oude gewoontes?

Waarom het de meeste mensen niet lukt om af te vallen of sterker te worden

De reden waarom het de meeste mensen niet lukt om vetmassa kwijt te raken en extra spiermassa op te bouwen is omdat het grootste gedeelte (30-50%) binnen een half jaar afhaakt. Het mentale aspect, je mindset, is veel belangrijker dan je denkt. Zodra er geen zichtbaar resultaat is bij de pakken neer gaan zitten en opgeven is de grootste reden waarom mensen hun doelen nooit behalen. Jouw reactie op een moment waarop er geen zichtbare resultaten of vooruitgang is, bepaalt je succes.

Stilstand, achteruitgang of vooruitgang?

Stel: je zit in een trein. Je bent op weg naar een einddoel; je eindstation. Onderweg stopt de trein op een tussenstation. De trein staat stil en je kijkt naar buiten. Denk je dan: “ik ga niet vooruit, dit heeft geen zin, zo kom ik er nooit” om vervolgens uit te stappen en weer terug te lopen? Of blijf je zitten, wetende dat je nog steeds op weg bent naar je eindstation, even genietend van het uitzicht en wacht je tot de trein weer in beweging komt en je verder brengt richting je einddoel? Bedenk dat als de trein even stil staat je nog steeds op weg bent richting je eindstation. Dat het lijkt alsof er niks gebeurt wil niet zeggen dat er ook daadwerkelijk niks gebeurt.

We willen allemaal zo snel mogelijk resultaat; kilo’s kwijt raken in een korte tijd; snel sterk worden. De waarheid is dat er geen ‘shortcut’ is naar een fit en sterk lichaam. Je zult er wat voor moeten doen; geduld, vertrouwen en consistentie zijn hierin zo belangrijk.

Bovendien is de fitste versie van jezelf worden geen eindstation, maar een voortdurende reis en ontdekkingstocht met veel tussenstations. Dus als je aan die reis begonnen bent kun er je maar beter van genieten. En neem zo nu en dan eens de tijd om even stil te staan en te genieten van het uitzicht.


Waarom je niet gemotiveerd hoeft te zijn om je doelen te bereiken

Motivatie wordt zwaar overschat. We denken dat we gemotiveerd moeten zijn om een gezondere leefstijl aan te nemen. Dat we, als we maar elke dag 100% gemotiveerd zouden zijn, gezonder gaan leven en eten, trainen en onze goede voornemens vast kunnen houden. Als we maar genoeg gemotiveerd zouden zijn komt het wel goed. Maar hier komt het: niemand is elke dag, de hele dag, gemotiveerd.

Wachten op de perfecte omstandigheden

Van mij wordt vaak aangenomen dat ik elke dag mijn bed uit spring en niet kan wachten om te gaan trainen; de hele dag alleen maar gezond eet en ‘gezonde keuzes’ (wat die dan ook mogen zijn) maak. Maar ook ik heb weleens een ‘off-day’. Ik heb vaak genoeg geen zin, kijk tegen een training op of heb even geen zin om een gezonde maaltijd in elkaar te draaien.  Als je denkt dat je altijd gemotiveerd moet zijn om resultaten te behalen en gaat wachten op de dag dat alle omstandigheden perfect zijn; als je gaat wachten tot je 100% gemotiveerd bent en zin hebt om te starten dan kun je weleens lang wachten. Omstandigheden zijn nooit perfect; that’s life. Als je wacht tot het goede moment; een beter moment dan nu, kan het weleens zo zijn dat je voor altijd blijft wachten.Het perfecte moment; de perfecte omstandigheden; ze bestaan niet. Het is de kunst om jouw moment te pakken; ondanks de misschien niet perfecte omstandigheden.

“wacht niet op een perfect moment, pak een moment en maak het perfect”

Motivatie wordt zwaar overschat

En wachten op motivatie? Motivatie wordt zwaar overschat en is helemaal niet nodig om ook daadwerkelijk actie te ondernemen. Tuurlijk is het leuk als je zin hebt om te gaan trainen, maar je kunt ook prima gaan als je er een keer wat minder enthousiasme over voelt.  Natuurlijk zul je gemotiveerd moeten zijn  om een bepaald doel te halen en moet je de manier waarop ook voor het overgrote deel leuk vinden. Je elke keer naar een training slepen of elke dag maaltijden eten die je niet lekker vindt ga je niet lang volhouden. Maar niet alles hoeft altijd alleen maar leuk en gezellig te zijn. Een keer geen zin hebben of niet gemotiveerd zijn is helemaal prima. Daar komen namelijk gewoontes en routines om de hoek kijken. 

Wat heb je wel nodig?

Motivatie is het verlangen om iets te doen. Hoe gemotiveerder je bent hoe makkelijker het is iets te ondernemen. Heb je weinig zin om iets uit te voeren dan vind je altijd wel een reden om het niet te doen. Je vertoont uitstelgedrag.  Op die momenten heb je niks aan motivatie. Wat je dan nodig hebt zijn een plan, routines en gewoontes. Waar motivatie stopt helpen die je verder! Je hoeft nou eenmaal geen zin te hebben om iets uit te voeren. Als je écht iets wil bereiken hoeven je gedachten en gevoelens van dat moment niet te matchen met je acties en handelingen. Heb je geen zin of ben je moe? Trek gewoon die sportschoenen aan en ga doen wat je met jezelf had afgesproken toen je je wel gemotiveerd voelde. Ga gewoon trainen, wandelen of hardlopen zonder met jezelf in discussie te gaan of je wel zin hebt en doe het. Echt geen zin? Spreek dan met jezelf af dat je iets korter gaat trainen; grote kans dat als je eenmaal bezig bent het wel fijn voelt en je van de korte sessie toch een langere maakt.

Onthoud dat motivatie optioneel is; het is fijn, maar niet nodig!


Je geluksgevoel beïnvloeden met voeding

Dopamine is een neurotransmitter, een stofje, dat zowel lichamelijk als geestelijk energie geeft. Het geeft daadkracht, zin om in beweging te komen, mentale kracht en scherpte. Het geeft je positieve energie en een goed gevoel over jezelf en over het leven in het algemeen. In mijn blog van vorige week beschreef ik hoe voeding kan zorgen dat onze hersenen dopamine aanmaken. Het probleem met sterk bewerkte voeding zoals chocolade, ijs, taart en pizza is dat we door het eten daarvan (te) grote hoeveelheden dopamineshots krijgen waardoor we eetverslaafd kunnen raken en/of last krijgen van eetbuien.

De onnatuurlijke combinatie van zoet, vet en zout geeft de grootste dopamine stoot aan je hersenen.  Wanneer je deze met regelmaat eet raak je meer en meer van het voedingspadje en beland je uiteindelijk in een dopaminetekort. En ja; in ijs zit ook zout en in chips zit ook suiker! Check de etiketten maar eens.  Alle junkfood voldoet aan die drie-eenheid, wat maakt dat we er steeds meer van willen. Die combinatie komt van nature helemaal niet voor in de natuur. Niemand doet zich tegoed aan sla, wortels of tomaat bij een eetbui. En er zelfs niemand die een pak suiker leeg eet. Het is echt die combinatie van vet, zout en zoet die ons dit ‘zevende-hemel gevoel’ geeft. Het maakt dat we steeds meer willen, de rush van steeds kortere duur is waardoor je uiteindelijk alleen nog maar op zoek bent naar die beloning terwijl het effect steeds minder wordt.

(N.b: vergis je ook niet in het effect van suikervervangers zoals aspartaam die een aanslag zijn op dopamine. Aspartaam wordt afgebroken in stoffen die het transport van aminozuren als tyrosine en fenylalanine blokkeren waardoor ze zowel je dopamine- als serotonine niveau aantasten )

Uiteraard spelen bij eetbuien en verslaving meerdere factoren een rol, maar dopamine is er altijd één van. Niet alleen in het ontstaan ervan, maar ook bij het voorkomen of oplossen van het probleem. Wanneer je je ervan bewust bent dat je je beloningssysteem aan het overprikkelen bent met alcohol, drugs of sterk bewerkte voeding is dat een eerste stap in de goede richting. Een andere belangrijke stap is om weer via de natuurlijke manier je dopamine-aanmaak te stimuleren. Om dopamine aan te kunnen maken is L-tyrosine nodig. Dit is een aminozuur en dus onderdeel van eiwit. Belangrijk is dan ook dat je voeding eiwitrijk is en voldoende L-tyrosine bevat. Deze zit onder andere in kaas, vlees, gevogelte, vis, schaal-en schelpdieren, noten, peulvruchten en zaden.

We kunnen invloed uitoefenen op ons gevoel van welzijn door te eten waar we op lange termijn gelukkig van worden.  Het is niet zo dat wanneer je net hebt gegeten, je direct een gelukszalig gevoel hebt. Maar op die manier stimuleer je wel de aanmaak van lichaamseigen gelukshormonen. En door op een natuurlijke manier dopamine aan te maken voel je je blijvend energiek, gemotiveerd, daadkrachtig en stressbestendig zonder negatieve bijwerkingen. Door te kiezen wat op lange termijn goed voor je is in plaats van te gaan voor kortstondige bevrediging wordt je uiteindelijk gelukkiger.


Hoe ontstaat een eetverslaving en hoe kom je er weer vanaf?

Wanneer we ‘cravings’ hebben en een onweerstaanbare trek krijgen is dat meestal in zoete en vette voedingsmiddelen. Het zijn dan niet de gezonde salades of groene smoothie bowls waar we naar hunkeren, maar de bewerkte producten die nou net niet gezond en voedzaam zijn. We weten met ons verstand dat deze ongezond zijn en later spijt krijgen als we ons laten gaan, maar een ander deel van de hersenen spoort ons aan om voor de korte termijn beloning, het plezier en genot, te gaan.

Gebrek aan wilskracht?

Waarom heeft de ene persoon last van dat soort eetbuien terwijl een ander makkelijk controle heeft over het soort voedsel dat hij eet. Is dat een gebrek aan wilskracht of ligt het iets gecompliceerder? Laat ik voorop stellen dat het hier niet gaat over een keer iets ongezonds eten maar over ‘je onbeheerst laten gaan’ terwijl je je had voorgenomen dit niet te doen en er later spijt van hebt. Uit verschillende onderzoeken blijkt dat junkfood het beloningssysteem in onze hersenen op dezelfde manier stimuleert als cocaïne, alcohol of heroïne. Net zoals mensen eten ratten graag suiker- en vetrijke voeding zoals spek, worst, chocolade of zelfs cheesecake. De laboratoriumratten die tijdens de onderzoeken toegang kregen tot dit soort lekkernijen werden steeds afhankelijker van grotere hoeveelheden, net als drugsgebruikers die hun inname meer en meer moeten verhogen om high te worden. Wanneer je er gevoelig voor bent kan het eten van junkfood dus leiden tot een verslaving die dezelfde biologische basis heeft als een drugsverslaving.

Het Feel Good Hormoon

In onze hersenen bevindt zich een beloningssysteem die de hersenen beloont wanneer we iets doen wat de overleving bevordert zoals eten of sex. Onze hersenen geven dopamine, een feel-good hormoon, vrij die de hersenen interpreteren als plezier. Het probleem met modern junkfood is dat het een beloning veroorzaakt die veel krachtiger is dan enige beloning die de hersenen kunnen krijgen van onbewerkt voedsel. Het eten van een appel of een stuk vis veroorzaakt een redelijke afgifte van dopamine, terwijl een bak Ben & Jerry’s ijs een waanzinnig grote hoeveelheid vrijgeeft.

Als je heel vaak dingen doet die zorgen dat er grote hoeveelheden dopamine vrijkomen en de hersenen registreren dat de hoeveelheid dopamine te hoog is beginnen ze dopamine-receptoren te verwijderen om alles in balans te houden. En hoe minder receptoren er zijn, hoe meer dopamine er nodig is om hetzelfde effect te bereiken. Daardoor ga je steeds meer junkfood, suiker, alcohol of drugs gebruiken om hetzelfde beloningsniveau te bereiken als voorheen. Er ontstaat tolerantie. Als er minder receptoren zijn heb je heel weinig dopamine-activiteit waardoor je je ongelukkig gaat voelen als je geen junkfood, suiker, alcohol of drugs gebruikt. Dit noem je terugtrekking. Zowel tolerantie als terugtrekking zijn symptomen van verslavingen. Meerdere onderzoeken bij ratten tonen aan dat ze op dezelfde manier lichamelijk verslaafd raken aan junkfood als aan drugs.

Onbedwingbare trek

‘Cravings’ oftewel een hunkering naar bepaald voedsel lijkt soms plotseling op te komen. ‘Opeens’ heb je een onweerstaanbare trek in chocolade, ijs, wijn of junkfood. Het is een emotionele toestand en heeft niks te maken met de behoefte van je lichaam aan energie of voeding. Het gaat over het bevredigen van de behoefte aan dopamine. Ook al lijkt het alsof je uit het niks opeens onbedwingbare trek krijgt in een bak ijs, meestal gaat er een trigger aan vooraf. Heb jij vaak dit soort momenten; houdt dan eens langere tijd bij wanneer die momenten waren en wat daar aan vooraf ging. Is het verveling of gewoonte (dus de combinatie van een bepaalde situatie waar bepaalde voeding of drank bij ‘hoort’)? Of werd het veroorzaakt door bepaalde emotionele gebeurtenissen zoals je eenzaam, gestresst of down voelen en ben je een emotionele eter? Als dit jou bekend in de oren klinkt, wanhoop dan niet. Eetverslaving of eetbuien zijn niet een kwestie van wel of geen wilskracht of persoonlijke zwakte. Het is een echte verslaving. Dus veroordeel jezelf niet als je hier last van hebt, maar neem het wel serieus. Hoe dan hier mee om te gaan en dit weer om te keren?

Stap 1: (h)erken jouw triggers

De eerste stap is om te (h)erkennen wat jouw ‘trigger’ is en maakt dat je onbeheersbare trek hebt en keuzes maakt die je niet wil. Gebruik jij voeding, drugs of alcohol als troost of beloning en waar komt dat mechanisme vandaan? Vaak krijgen we als kind al aangeleerd dat voeding ons kan troosten (denk aan het snoepje als je gevallen was) en zijn het hele hardnekkige, ingesleten gewoontes.

Stap 2: vermijd verleidingen

Ten tweede; vermijd verleidingen en’triggervoeding’. Net zoals een alcoholist beter de bars kan vermijden waar hij of zij voorheen naartoe ging, kun je als eetverslaafde het beste uit de buurt blijven van eetverleidingen. Als je weet dat bepaalde voeding een verleiding vormen; haal ze in de eerste plaats niet in huis.

Stap 3: verhoog de hoeveelheid natuurlijke beloningen

Ook bij andere vormen van beloning maken je hersenen dopamine aan. Verhoog de hoeveelheid gezonde beloningen. Je kunt je hersenen weer opnieuw leren om voldoening te halen uit activiteiten zoals een natuurwandeling, een gesprek met vrienden of familie. Maar ook yoga, meditatie en mindfullness zijn beproefde methodes.

Stap 4: Stressbeheersing

Leer omgaan met stress en onaangename emoties. Deze kunnen je het gevoel geven dat je een “fix” nodig hebt om je beter te voelen. Maar je kunt je hersenen letterlijk opnieuw bedraden, waardoor de paden van tevredenheid en zelfbeheersing worden versterkt. Probeer hiervoor een ontspanningstechniek, zoals visualisatie, meditatie, of ademtechnieken. Veel mensen vinden verlichting door yoga of mindfullness. Yoga Nidra werkt hier bijvoorbeeld heel goed bij.

Stap 5: Houd moed!

Als je worstelt met voedselverslaving of eetbuien, houd dan moed. Het is geen persoonlijk falen. Je hebt te maken met een zeer krachtige hersenchemie. Met geduld en volharding kun je er van loskomen en je vermogen om te genieten van de dingen die echt goed zijn in het leven weer terugkrijgen. Is je eetverslaving heel heftig en hardnekkig ? Zoek professionele hulp!

Dopamine-fasting

Tegenwoordig zijn er mensen die doen aan ‘dopamine fasting’. Zij willen de circel doorbreken en het lichaam weer op een natuurlijke manier dopamine aan laten maken door yoga nidra, gezonde voeding, hardlopen of een natuurwandeling. Zo zouden we minder drang voelen om constant onze telefoon te checken, chocolade te willen eten of alcohol te drinken.

In mijn blog van volgende week vertel ik hoe je op een natuurlijke manier je feelgood–hormoon dopamine kan stimuleren.


Tips om die extra winterkilo’s te voorkomen

De dagen worden kouder, donkerder en korter. De herfst is begonnen en de winter komt er aan. In plaats van lichte salades stappen we over op zwaardere kost. We gaan niet alleen anders eten bij het wisselen van de seizoenen, maar doorgaans ook grotere hoeveelheden. Uit onderzoek blijkt dat we in de winter gemiddeld tot wel 200 kcal per dag meer eten. Tel daar de decembermaand bij op met zijn pepernoten, chocolademelk, extra borrels en etentjes en je begrijpt waarom de meeste mensen in januari weer wat zwaarder zijn, zich niet topfit voelen en er weer nieuwe voornemens worden gemaakt.

Waarom we meer gaan eten.

Als de dagen korter en de nachten langer worden past ons lichaam zich instinctief aan dit nieuwe ritme aan. Onze hersenen gaan automatisch meer van het ‘slaaphormoon’ melatonine aanmaken en minder van het ‘gelukshormoon’ serotonine. Dat beïnvloedt ons humeur en energie en kan ervoor zorgen dat je meer behoefte krijgt aan koolhydraatrijke voeding zoals pasta, pizza, wit brood, chips, koekjes, etc. 

Daarnaast kan het ook wel eens zo zijn dat de behoefte om meer te eten in de winter diep in onze genen zit. Onze verre voorouders moesten zoveel mogelijk calorieën als vetvoorraad opslaan in het lichaam om de winter, waarin voedsel schaars was, te kunnen overleven. Dat zou ook kunnen verklaren waarom we meer zin krijgen in vet-en suiker rijke voeding. Alleen leven wij continue in een omgeving van overvloed en is er nooit meer schaarste. De noodzaak om extra vet op te in de winter is er niet meer. Sterker nog; het grootste gedeelte van de bevolking heeft al te veel lichaamsvet

Hoe voorkom je een winterdip en de bijbehorende extra kilo’s?

  • Vervang geraffineerde koolhydraten door gezondere alternatieven

Voeding die onze bloedsuikerspiegel sterk laat stijgen zorgt alleen maar voor een energiecrash waardoor je nog vermoeider raakt. Comfort food kun je ook op andere manieren maken. Maak stamppot met zoete aardappel (dit is eigenlijk een knol en geen aardappel en laat je bloedsuikerspiegel veel minder snel stijgen) of met verschillende groenten zoals pompoen en pastinaak. Of maak een stamppot op basis van bloemkool. Schrap de ongezonde rookworsten en eet er vis, ei of tempeh bij. Een scheut olijfolie in plaats van jus en garneer met zongedroogde tomaten of wat gehakte walnoten voor een extra bite. Maak soepen met heel veel groenten en/of peulvruchten of ovenschotels met extra veel groenten.

  • Heb je moeite om ’s ochtends je bed uit te komen als het nog donker is buiten? Ik gebruik al jaren een ‘wake-up-light’. Deze bootst de zonsopgang na zodat je slaapkamer heel geleidelijk verlicht wordt en het is alsof je wakker wordt van het daglicht. Dit zorgt, naast een goede nachtrust, dat je ook in de winter energiek je bed uit komt. Ook als het buiten nog nacht lijkt.
  • Ga naar buiten. Ook al hebben we de neiging meer binnen te gaan zitten; tijd doorbrengen in de buitenlucht is de de effectiefste manier om je lichaam het licht te geven wat het nodig heeft. Zelfs op een bewolkte dag gaat 30-60 minuten in de buitenlucht een groot verschil maken voor je gezondheid, energie en humeur. Zorg dat je elke dag tijd in de buitenlucht inplant. Bij voorkeur breng je die tijd buiten bewegend door. Maak daar tijd voor in je agenda en vind je het moeilijk om jezelf te motiveren spreek dan met iemand af dit samen te doen.
  • Vitamine D is eigenlijk een hormoon en geen vitamine en wordt in onze huid aangemaakt onder invloed van zonlicht. Aangezien we heel noordelijk wonen is de zon vanaf september niet krachtig genoeg meer om vitamine D aan te maken. Ik ben een voorstander om zoveel mogelijk alle noodzakelijke voedingsstoffen uit je voeding te halen. Maar bij vitamine D is dat niet mogelijk; suppletie is echt noodzakelijk! Zorg voor een hoog gedoseerd supplement van minimaal 75mcg per dag. Het is geen overbodige luxe om een keer je bloed te laten prikken en je bloedwaarden, waaronder het vitamine D-gehalte, te laten checken. Een tekort kan hele heftige klachten waaronder zware vermoeidheid, depressie en een slecht werkend immuunsysteem veroorzaken. Iets wat makkelijk te voorkomen is. Ook ondersteunt vitamine D de glucosestofwisseling en draagt een lage vitamine D-status bij aan de vorming van vetweefsel (lipogenesis). Omgekeerd remt een goede vitamine D-status de opbouw van lichaamsvet.

Waarom honger vaak ‘tussen je oren’ zit

Bij het begeleiden van cliënten die gewicht willen verliezen merk ik vaak dat er angst is om ‘honger’ te krijgen. Als kind leerde ik, zoals velen waarschijnlijk, dat wij, bevoorrechte Nederlanders geen honger kennen; alleen maar trek. Maar om het simpel te houden heb ik het in dit blog over hongergevoelens.

Diëten is vooral een mentale kwestie

We leven in een omgeving van overvloed en dragen bijna allemaal genoeg energievoorraad voor minimaal een maand, in de vorm van vet, met ons mee. Toch is er bij velen een instinctieve angst om ‘honger’ te hebben. De mens is nu eenmaal ingesteld op overleven en dat zit diep in onze genen. Maar wat als ik je nu vertel dat honger vaak alleen maar tussen je oren zit en dat diëten vooral een mentale kwestie is? We denken vaak dat als we minder eten dan we verbruiken (een eerste voorwaarde om lichaamsvet te kunnen verliezen) we ons minder energiek gaan voelen; dat het effect heeft op ons humeur en prestaties. Maar eventuele vermoeidheid, humeurigheid; het zit allemaal in je hoofd. Uitzonderingen daargelaten, wanneer er sprake is van een extreem laag vetpercentage, zit het allemaal letterlijk ‘tussen je oren’. 

Wetenschappelijke studies

Dit is niet iets wat ik verzin, maar waar uitgebreid onderzoek naar gedaan is. In één van die onderzoeken (https://academic.oup.com/ajcn/article/88/3/667/4754441) gaven wetenschappers een groep gezonde deelnemers voeding die bewerkt was met een speciale gel. De voeding werd sterk gemanipuleerd zonder dat je dat kon zien, ruiken of voelen. De ene groep deelnemers at twee achtereenvolgende dagen 2294 kcal; de andere groep maar 313kcal.  Tijdens die dagen doorliepen ze verschillende psychologische en lichamelijke testen.  Zoals verwacht werden de deelnemers die weinig kcal aten hongeriger, maar stemming, slaapkwaliteit en mentale prestaties  waren onaangetast. Na het onderzoek werd verteld hoe het onderzoek was opgezet en werd aan de deelnemers gevraagd of ze dachten dat ze in de groep met normale hoeveelheid of de groep met weining kcal hadden gezeten. De deelnemers konden die vraag niet correct beantwoorden.

Ook bij andere onderzoeken (https://pubmed.ncbi.nlm.nih.gov/9399371/) naar de invloed van meerdere dagen van totaal vasten was de conclusie dat dit geen negatieve invloed heeft op je humeur, brein activiteit, lichamelijke en/of mentale prestaties. Integendeel : sommige aspecten van mentaal functioneren verbeteren juist na meerdere uren vasten. (meer hierover kun je ook lezen in mijn boek Intermittent Fasting https://www.bol.com/nl/f/intermittent-fasting/9200000115140335/

Het stemmetje in ons hoofd

Het is vaak het ‘stemmetje’ in ons hoofd wat ons doet geloven dat minder eten van invloed is op hoe we ons voelen. Als je je zelf niet de hele tijd vertelt dat je ‘op dieet’ bent maar het gaat zien als iets positiefs voelt het al heel anders. Minder eten dan dat je verbruikt is de eerste voorwaarde om vet te verliezen; maar het is vaak je hoofd die je wijs maakt dat je dat zou merken aan je energielevel, humeur, etc. Als je negatieve effecten denkt te merken is het in bijna alle gevallen je ‘mind’ die een spelletje met je speelt. Je lichaam heeft geen echte honger; dit speelt zich voornamelijk af in je hoofd.

Volgende week vertel ik meer over waar de ‘echte’ lichamelijke hongergevoelens vandaan komen en hoe je dat kunt voorkomen


Van vetste naar fitste versie van mezelf

Vorig jaar was ik op mijn zwaarst ooit (op mijn zwangerschappen na, al was ik zelfs toen niet heel veel zwaarder) met waarschijnlijk mijn hoogste vetpercentage ooit.  Na een jaar van consistent trainen en het volgen van een uitgebalanceerd voedingsprogramma deelde ik vorige week mijn resultaten. Ik vond het best lastig om ook die eerste foto te plaatsen. Natuurlijk besef ik dat voor velen die eerste foto er al prima uit ziet. Ik zag echter vorig jaar mijn lichaam duidelijk veranderen en realiseerde me (na lang mijn kop in het zand te steken) dat ik gewoon aan het ‘vervetten’ was. Een onvermijdelijk gevolg van mijn leeftijd? Nee! Het was een onvermijdelijk gevolg van een tijd lang minder trainen en heel veel meer eten. “Maar jij eet toch meestal heel gezond?”, vroegen meerdere mensen aan me. Inderdaad meestal (nee; niet altijd! Ook ik lust op zijn tijd graag een portie frites of stuk chocolade) wel.  Maar ook van gezond eten kun je simpelweg te veel eten.

De tussenstand

In het blog van vorige week plaatste ik zowel de beelden als de cijfers die veelzeggend zijn. Het verschil tussen de vetste versie van mezelf, vorig jaar en de fittere versie nu is een verschil in gewicht van -4,9 kg.

Maar gewicht alleen is geen goede indicatie voor het meten van je lichaamscompositie. Ik ben 7,3 kg vet verloren en heb 3,4 kg spiermassa erbij weten te trainen. Als mijn doel gewichtsverlies zou zijn, was ik blijer geweest als de weegschaal nu 7,3 kg minder zou aangeven dan vorig jaar. Maar juist die 3,4 kg erbij zijn zo waardevol. Meer spiermassa betekent een hogere verbranding, ook in rust, en dus meer kunnen eten zonder weer aan te komen. Meer spiermassa betekent meer ‘toning’; een gespierder, fitter en slanker ogend lichaam. Meer spiermassa is meer energie en meer kracht. 

Wat heb je nodig?

Hoezeer ik ook anderen probeer te overtuigen dat het verliezen van alleen maar gewicht geen goed streven is, toch zie ik altijd weer die fascinatie met dat getal op de weegschaal. Wanneer ik deelnemers begeleid zie ik dat ze teleurgesteld zijn als dat getal niet heel snel omlaag gaat of gelijk is aan de week ervoor. En natuurlijk is het gaaf om snel resultaat te zien en dat gewicht naar beneden te zien kelderen. Maar als het (te) snel gaat is het in de meeste gevallen ook spiermassa wat je aan het verliezen bent. De kunst is om vet te verliezen maar verlies van spiermassa te beperken; het te behouden of (nog beter) op te bouwen. En daar heb je tijd, consistentie en geduld voor nodig.

Minder dan een ons afvallen per week

Ik heb er een jaar over gedaan om 7,34 kg lichaamsvet te verliezen en 3,36 kg spiermassa op te bouwen. Dat zijn supermooie resultaten waar ik heel trots op ben. Maar als je het gaat omrekenen naar het gewicht dat ik ben kwijtgeraakt per week? Dan ben ik 94 gram per week afgevallen!! Dat is nog geen eens één ons!! Op de weegschaal is dat niks; nada noppes. Het verschil tussen wel of niet naar het toilet geweest zijn; een glas water drinken of je bh uitdoen bij het wegen. Het LIJKT geen verschil. Als jij nu hard aan de slag gaat met je training en voeding en ik vertel je dat je nog geen ons per week gaat afvallen zou je er dan aan beginnen?? Laat jij je (mis) leiden door dat ene getal op de weegschaal wat zo weinig zegt? De resultaten die ik behaald heb zijn niet in een week of een maand bereikt. Veel mensen kijken alleen naar het einddoel en willen daar zo snel mogelijk zijn. Velen vergeten echter wat er voor nodig is om een bepaald doel te bereiken. Dat je je doelen alleen stap voor stap bereikt. Er is geen ‘short cut’. Werken aan een fittere versie van jezelf kost tijd en investering. En we onderschatten vaak hoeveel tijd, energie en geduld dat kost.

Kleine stapjes

Stop met alleen het focussen op een einddoel maar richt je op het verbeteren van je levensstijl, het optimaliseren (niet perfectionaliseren!) van je voeding en training en het creëren van nieuwe gezonde gewoontes.  Elke keer een klein beetje. Het transformeren van jezelf gebeurt niet in dag of een week en ook niet in een maand. Geniet van het proces en elke (kleine) stap die je maakt.

Op een dag kijk je terug en zie je hoe ver al die kleine stapjes je gebracht hebben.


Hoe een coach je helpt de beste versie van jezelf te worden

“Everyone needs a coach” zijn woorden van Bill Gates, toch niet de minste, die het belang van een eigen coach, op welk gebied dan ook, onderstreept. Wanneer je zelf trainer, therapeut of coach bent, kun je geneigd zijn te denken dat je jezelf kunt begeleiden. Niks is echter minder waar. Succesvolle mensen, topsporters; ze hebben iets gemeen. Allemaal hebben ze een eigen coach, voedingsdeskundige of trainer. Hoeveel kennis of kunde je ook hebt; je eigen coach of trainer worden is onmogelijk.

Meten is weten

Deze maand, de maand waarin ik verjaar, is het een jaar geleden dat ik het plan opvatte om de fitste versie van mezelf te worden voordat ik, in 2021, de 50 aantik. Tijd om de tussenstand op te maken. Zoals ik in eerdere blogs schreef is het van belang  je progressie meetbaar te maken. Eén van de metingen die ik vorig jaar augustus heb laten doen is een DXA scan. 28 augustus a.s. staat mijn vervolgafspraak ingepland; bijna exact een jaar na mijn meting van vorig jaar. Natuurlijk verricht ik zelf ook verschillende metingen, maar ik ben extra benieuwd naar de uitslag van deze komende DXA scan. Uiteraard zal ik die uitslagen hier ook delen

Door naar ‘the next level’

Vorig jaar was ook het moment waarop ik een online coach in de arm nam. Nog geen moment spijt heb ik gehad van die beslissing.  Ook als je goed bent in je vakgebied is het cruciaal om zelf een mentor of coach te hebben. Iemand die je helpt jezelf te overtreffen; door te gaan naar ‘the next level’ en je net dat extra zetje de goede kant op te geven. Om jou te helpen de betere en beste versie van jezelf te worden. Ik las ergens dat het verschil tussen de persoon die je vandaag bent en de persoon die je over 5 jaar zult zijn bepaald wordt door de leraren die je kiest (en de leraren die jou kiezen) 

Wat je zelf niet kunt

Een trainer, coach of begeleider helpt je om je aan het vooropgezette plan te houden, is er voor je op momenten dat je minder gemotiveerd bent, stuurt je de goede kant op en geeft je zo nu en dan een schop onder je kont als het nodig is. Ook als je zelf trainer of coach bent kun jij nooit dat voor jezelf zijn wat een ander voor je is. Al is het alleen maar omdat we altijd geneigd zijn harder en beter te presteren in de wetenschap dat er iemand mee kijkt…. Al ben ik super gemotiveerd, ook ik heb mindere dagen of momenten waarop ik sommige dingen laat versloffen. Een coach geeft je net weer dat duwtje in de goede richting, weet je op de goede momenten te motiveren of juist af te remmen wanneer nodig.

Wat mijn coach voor me betekent

Zo hielp mijn coach Sanne Leenman me, in een periode waarin ik een blessure had, om echt te herstellen. Waar ik zelf misschien door was gegaan met oefeningen onder het mom ‘het gaat wel weer over’, zorgde zij ervoor dat ik de blessure echt ontzag en gaf ze alternatieve oefeningen. Zij zorgde ervoor dat ik eindelijk echt mijn bloed liet prikken om de waarden te checken, ook al had ik mezelf dat al maanden voorgenomen (maar het steeds weer uitstelde) En omdat ik elke week al mijn gegevens met haar deel, zoals het aantal uren dat ik slaap, kon zij me er ook, met een grapje, op wijzen dat ik voor de zoveelste keer te laat naar bed ging. Ook was zij degene die me een lief kaartje stuurde tijdens de Lockdown, om te laten weten dat ze aan me dacht, leefde ze mee toen ik ging verhuizen en is ze trots op al mijn vorderingen. 

Bij deze dus; een hulde aan mijn coach, zonder wie ik niet had bereikt wat ik tot nu toe heb bereikt. Sanne, als je meeleest; dank je wel voor de fijne samenwerking.

Op naar meer!!


Bezwijk jij onder sociale eet-en drink druk?

Vorige week schreef ik over hoe belangrijk het is voor je welzijn en gezondheid om ‘nee’ te kunnen zeggen. Dit is niet alleen van toepassing als het gaat om gunsten die aan je gevraagd worden. Dit is ook heel belangrijk wanneer je net gestart bent met een nieuw voedingspatroon of andere leefstijl.

Meningen van anderen

Misschien herken je het wel. Je bent op verjaardagsvisite of op een feestje en zodra je het aangeboden stuk taart, pizza, glas wijn of wat dan ook afslaat komen de opmerkingen. “Ohhhhhh, ben je op dieet?”, “Eén glaasje/ stukje kan heus geen kwaad”, “Wat ongezellig!”, “Je moet ook nog wel gewoon genieten hoor”. Bij de dames die ik begeleid merk ik dat de mening en het gedrag van hun sociale omgeving vaak van grote invloed is op hun eigen keuzes. Hoe vaak ik iemand al niet heb horen vertellen dat hun familie, vrienden of partner het niet gezellig vindt als ze niet hetzelfde eten of drinken als de ander.

‘Gezellig’ drinken

Mijn eigen man drinkt al ruim 15 jaar geen druppel alcohol meer. En het heeft mij altijd verbaasd als iemand dan aan mij vroeg (en dit is meerdere keren gebeurd) of ik dat niet ongezellig vond. Ik moet dan ook moeite doen om daar serieus antwoord op te geven. Maar aangezien het een serieuze vraag is leg ik dan toch maar weer uit dat als we het zonder alcohol niet gezellig zouden hebben ik toch echt met de verkeerde getrouwd ben.  Voor velen staat het drinken van alcohol gelijk aan ‘gezelligheid’. Terwijl je je af kunt vragen hoe leuk een gelegenheid (of een persoon) nu echt is als het voor je gevoel pas gezellig wordt met drank op. En hoe vreemd is het als je je moet verantwoorden als je geen alcohol drinkt.

Eten of drinken om een ander een plezier te doen

Met eten idem dito. Het afwijzen van een stuk taart of borrelhapjes kan al moeilijk genoeg zijn wanneer anderen zich er wel aan te goed doen. Maar nog moeilijker wordt het als je in de gunst wil vallen in de ogen van je eet-en drinkgezellen. Als jij een ‘pleaser’ bent en gaat eten of drinken om anderen een plezier te doen voelt dat zelden goed aan. Je kunt je ook afvragen hoe goed die anderen het met jou voorhebben als je je moet verantwoorden over je gezonde keuzes. Dat anderen commentaar hebben op jouw keuze komt vaak omdat ze zich geconfronteerd voelen met hun eigen keuzes. Als jij geneigd bent onder sociale druk meer te eten of te drinken omdat je je volgens de ‘gangbare norm’ wil gedragen en het gevoel van sociale harmonie niet wil verstoren bedenk dan het volgende:

Het wordt niet, ik herhaal nietgezelliger omdat jij wel of niet iets in je mond stopt.!!

‘Gezelligheid kent geen tijd’

Gezelligheid heeft te maken met samenzijn, tijd die je samen doorbrengt, gesprekken die je hebt, samen lachen, praten en van elkaars gezelschap genieten. Samen eten heeft een hele grote sociale functie. Niets fijner dan met elkaar aan tafel te zitten en te genieten van een heerlijke maaltijd. Maar dat betekent niet dat het gezelliger wordt als je meer eet, of zelfs overeet. Of dat het pas gezellig is als jij dezelfde dingen eet als de rest.

Gezelligheid heeft niks te maken met wat je wel of niet in je mond stopt.  Onthoud dat de volgende keer als je geconfronteerd wordt met sociale eet/drink druk. Je hoeft je nooit verplicht te voelen iets te eten of te drinken om een ander zich beter te laten voelen. Maak voor jezelf een keuze in wat je wel of niet eet of drinkt en blijf bij je standpunt. Jij hebt het recht te eten of drinken wat je zelf wil, je hebt het recht op het hebben van persoonlijke gezondheidsdoelen. En bedenk dat ‘nee’ zeggen tegen een ander ook hier ‘ja’ zeggen tegen jezelf betekent.